A European Social Union after the Crisis

Cover_book_ESU_after_crisis_CUP

Presentation

Thursday 28 September 2017, 3.30-7.00 PM
Auditorium Max Weber
Parkstraat 51, Leuven

Programme: www.kuleuven.be/metaforum

Please register online here
before 25 September 2017

Today, many people agree that the EU lacks solidarity and needs a social dimension. This debate is not new, but until now the notion of a ‘social Europe’ remained vague and elusive. To make progress, we need a coherent conception of the reasons behind, and the agenda for, not a ‘social Europe’, but a new idea: a European Social Union. We must motivate, define, and demarcate an appropriate notion of European solidarity. We must also understand the legal and political obstacles, and how these can be tacked. In short, we need unequivocal answers to questions of why, what, and how: on that basis, we can define a clear-cut normative and institutional concept. That is the remit of this book: it provides an in-depth interdisciplinary examination of the rationale and the feasibility of a European Social Union. Outstanding scholars and top-level practitioners reflect on obstacles and solutions, from an economic, social, philosophical, legal, and political perspective.

Links:
Cambridge University Press
About: KU Leuven metaforum

Click here for more information

Arbeidsmarkt en sociale uitsluiting: een blijvende zorg

t2017-03-09_web_turnhout_final_arbeidsmarkt-en-sociale-uitsluiting-een-blijvende-zorg

Download presentation
2017-03-09_WEB_Turnhout_final_Arbeidsmarkt-en-sociale-uitsluiting-een-blijvende-zorg

Arbeidsmarkt en sociale uitsluiting: een blijvende zorg Frank Vandenbroucke Lezing n a v ‘25 jaar Werkervaringsbedrijven’ Turnhout 9 maart 2017 Opleiding armoederisico Gemiddelde 2012-2013-2014 Volle balkjes: 2004-2005-2006 (SILC 2005-2015) Laaggeschoold Middelgeschoold Hooggeschoold Aandeel mensen (beneden 60) in zeer werk-arm huishouden 2014 Bron: SILC 2015 BE: grote groep + hoog risico op armoede Individuele werkloosheid huishoudwerkloosheid Polarisatie • => ‘verwachte huishoudwerkloosheid’ –veronderstelling: jobs zijn random verdeeld over huishoudens –verwachte hangt af van de grootte huishoudens: •alle = alleenstaanden: verwachte individuele koppels: huishoud (individuele werkloosheid) * •Polarisatie geobserveerde – Niveaus polarisatie (Figuur 4 Corluy & Vandenbroucke) Verklaringen voor het verschil tussen België andere landen Alleenstaanden: Misschien hebben alleenstaanden BE ongeacht hun kenmerken relatief groter dan die koppels vormen? zwakker individueel profiel (geslacht opleiding leeftijd herkomst woonplaats)? is werkloosheidskloof met sterke zwakke profielen landen? Koppels: er meer homogamie Marginale effecten kans (probit schatting) 2012 (Tabel 2 Profiel (ratio t o bevolking) 3 werkloosheidsrisico’s Homogamie partners eenzelfde scholing 5 Decompositie wijziging aandeel personen zonder werk 1983-2012 (Corluy Figuur 6) Laaggeschoolde Vlaanderen: werkzaamheid Wie deze wat kansen? Drie historische beleidslijnen sinds 2003-2004 Activering Structurele lastenvermindering doelgroepkortingen Dienstencheques 6de staatshervorming Sociale economie Verhouding ‘lageloongrens’ brutominimumloon federale RSZ NAR Laaggeschoolden max BML (+ 10%) x bevolking; 50% laaggeschoolde jongeren: (+10%) Evolutie lastenverminderingen lage hoge lonen RSZ; 2014: gemiddelde eerste twee kwartalen Federale lastenvermindering: lineair of niet? Vlaams doelgroepenbeleid: 25-54? initiële opzet gelukkig gecorrigeerd komt nu toch (beperkte) maatregel langdurig werklozen Bijdrage dienstencheques werkgelegenheid (op basis scholingsniveau) CRB Ca 1/5de vrouwen werken (25-64) zorgjobs (isco 513) schoonmaakjobs 913) % alle Nederland Een zekere verdringing treedt economie: groei stilgevallen 2010-2011; onduidelijke toekomst nieuwe beleidsimpuls nodig maar… Doelgroepenbeleid 25-54 Personen arbeidshandicap Langdurig Toekomst buurtdiensten…? Tijdelijke Werkervaring? PWA Wijk-werken? Groeipad economie? Zorg aanvullende thuiszorg onderwijs: aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt scholen-VDAB functies ontbinden (job carving) Geen werkvloeren? Alle hoop snelle doorstroming? Bronnen V F (2015) Huishoudens Leuvense Economische Standpunten 2015/149 Faculteit Bedrijfswetenschappen-CES KULeuven Dienstencheques: vraagstuk erkenning S&D Jaargang 72 nummer 1 Februari pp 32-41 statistische bijlage website M Dejemeppe B Van der Linden Réduction des cotisations patronales: tout miser sur les bas salaires Regards Economiques Octobre publicaties: www frankvandenbroucke uva nl

Keynote speech

2017-01-24_Vandenbroucke_speech_Lisbon_24.1.2017_Automatic-Stabilizers-and-the-European-Pillar-of-Social-Rights_challenges-and-opportunities

De Portugese regering heeft op 24 januari 2017 in Lissabon een seminar op hoog niveau georganiseerd over de Europese Monetaire Unie.
Frank Vandenbroucke werd uitgenodigd om een keynote te geven op de publieke conferentie die volgde op dit seminar.
U kunt de toespraak hier downloaden

Grote zorgen over het groeiende aantal mensen in de bijstand

De Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn vieren hun veertigste verjaardag. Die gelegenheid grepen Marjolijn De Wilde, Bea Cantillon, Frank Vandenbroucke, Maria De Bie en andere wetenschappers aan om een boek te schrijven over de tendensen en de evoluties binnen de OCMW’s. De auteurs pleiten onder meer voor een gedeeltelijke automatisering van de bijstandspraktijk.

1974 was een sleuteljaar in de ontwikkeling van de Belgische sociale bijstand. Burgers die onvoldoende bestaansmiddelen hadden en geen beroep konden doen op uitkeringen als ziekteverzekering of werkloosheidsuitkering hadden voortaan recht op een bestaansminimum. In 1976 werden de OCMW’s opgericht met als een van hun kerntaken het verzekeren van het recht op een menswaardig bestaan.

De OCMW’s werden eveneens belast met het toekennen van het bestaansminimum. Intussen is in 2002 het bestaansminimum vervangen door het leefloon. Het boek 40 jaar OCMW en bijstand, uitgegeven door ACCO, zoomt in op een aantal van de tendensen in de ontwikkeling van bestaansminimum naar leefloon tot op vandaag, en schuift aandachtspunten en beleidsaanbevelingen voor de toekomst naar voor.


Conclusies uit het boek:

In de beginjaren ontvingen jaarlijks ongeveer 10.000 personen een bestaansminimum. In 2015 waren bijna 140.000 mensen leefloongerechtigd. Deze stijging is deels te verklaren door veranderingen aan het leefloon zelf (individualisering van het aanbod, verhoging van de toegang voor specifieke doelgroepen, bv. studenten), maar weerspiegelt ook een falen van de sociale verzekeringen. Een groeiende groep mensen kan er geen beroep op doen, omdat ze niet in staat zijn voldoende rechten op te bouwen (te korte periodes aan het werk), omdat ze niet in aanmerking komen voor uitkeringen (bv. migranten of vroegtijdige schoolverlaters) of omdat de voorwaardelijkheid verhoogd werd (bv. sancties in de werkloosheid).

Deze groei betekent bovendien dat een groeiende groep leefloongerechtigden zich geconfronteerd ziet met een systeem met een aantal problematische evoluties:

  • De sociale bijstand is een zwak beschermingssysteem. Ten eerste omdat de leefloonbedragen voor de meeste gezinnen te laag zijn om een menswaardig leven te leiden. Ten tweede omdat de uitstroom van een leefloon naar werk erg moeilijk verloopt .Ten derde, omdat leeflonen met een hoge non-take-up kampen: heel wat mensen die eigenlijk recht hebben op een uitkering ontvangen deze niet omwille van schroom, administratieve drempels of problemen in de opvolging door de OCMW’s. Het is problematisch dat een groeiende groep mensen afhankelijk raakt van dit ontoereikende systeem.
  • Leeflonen gaan in principe gepaard met een intensieve en sterk persoonlijke opvolging door sociaal werkers. Deze sociaal werkers genieten daarbij een zekere vrijheid om de begeleiding te bieden die aansluit bij de noden en mogelijkheden van de cliënt. Zulke persoonlijke en kwaliteitsvolle begeleiding is bedreigd als ze voorzien dient te worden voor een steeds groter wordende groep.
  • Bijstand gaat in België gepaard met veel beleidsruimte voor lokale besturen. Ruime beleidsruimte maakt dat begeleidingen aangepast kunnen worden aan de plaatselijke vereisten en mogelijkheden. De groei van de bijstandspopulatie staat de facto gelijk aan decentralisatie van het beleid, zonder dat dit (zoals bv. in Nederland) een expliciete beleidsintentie is en zonder dat dit gepaard gaat met extra budgetten voor de gemeenten.
  • De bijstand werd de voorbije decennia meer voorwaardelijk. Voorwaardelijkheid kan activerend zijn voor de gerechtigden, en is in die zin een onmisbaar deel van de bijstandspraktijk. Voorwaardelijkheid moet echter altijd in verhouding gebracht worden met het besef dat het leefloon het laatste vangnet is voor mensen zonder bestaansmiddelen, en deze mensen nergens anders terecht kunnen.

Beleidsaanbevelingen:

  • Aansluitend bij de hierboven beschreven problemen, waarschuwen de auteurs voor het doorschuiven van mensen uit andere sociale zekerheidstakken naar de bijstand.
  • Ze pleiten voor een automatisering van een gedeelte van de bijstandspraktijk, bv. de toekenning van het leefloon. Dit zou betekenen dat de sociaalwerkpraktijk vooral kan focussen op de belangrijke trajectbegeleiding naar integratie of werk. Het is bijkomend belangrijk dat er een sterk persoonlijke opvolging bestaat van mensen die op basis van administratieve gegevens geen recht zouden hebben op leefloon.

OCMW’s zouden gebaat zijn met feedbacksystemen, waarbij zij, volledig geanonimiseerd maar via een vergelijking met gelijkaardige gemeenten, een idee krijgen van het effect van hun lokale beleidskeuzes. Meer in het algemeen breken de auteurs een lans voor een versterking van het beleidsvoerend vermogen van OCMW’s op basis van een doordachte netwerking in het Vlaamse sociale beleid.


De auteurs:
Bea Cantillon, Sarah Carpentier, Daniel Cuypers, Maria De Bie, Joris De Corte, Filip De Rynck, Marjolijn De Wilde, Koen Hermans, Kim Lievens, Chris Luigjes, Sarah Marchal, Karel Neels, Ides Nicaise, Peter Raeymaeckers, Bérénice Storms, Dirk Torfs, Karel Van den Bosch, Frank Vandenbroucke, Johan Vandenbussche, Natascha Van Mechelen, Wim van Oorschot en Daniel Zamora.

Het boek:
Marjolijn De Wilde, Bea Cantillon, Franck Vandenbroucke en Maria De Bie en Marjolijn De Wilde (red.)
40 jaar OCMW en bijstand
ISBN 978 94 6292 724 7 // 2016 // 272 blz. // 34,50 euro

Meer info: www.acco.be/40jaarOCMW

Interview in tijdschrift Samenleving en Politiek

SAMPOL_juni2016_interview_Frank-Vandenbroucke

Het tijdschrift Samenleving en Politiek heeft een groot interview met Frank Vandenbroucke gepubliceerd. Het interview is te lezen via de website van de uitgever, almede te downloaden via de onderstaande link.

Samenleving en Politiek is een maandblad dat een kritische blik werpt op maatschappelijke en politieke problemen. In Samenleving en Politiek worden nieuwe ontwikkelingen besproken en creatieve voorstellen geformuleerd over alle mogelijke maatschappelijke en politieke thema’s. Samenleving en Politiek wordt uitgegeven door Stichting Gerrit Kreveld.

Frank Vandenbroucke heeft eerder zelf gepubliceerd in Samenleving en Politiek. Deze artikelen zijn te vinden onder ‘Publicaties’.

Download hier het interview

Frank Vandenbroucke benoemd tot universiteitshoogleraar UvA

De Vlaamse wetenschapper en oud-politicus Frank Vandenbroucke is door het College van Bestuur benoemd tot universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Vandenbroucke zal zich als universiteitshoogleraar richten op het bevorderen van onderzoek naar en debat over de maatschappelijke betekenis van de Europese Unie. De benoeming gaat in per 1 november 2015.

Vandenbroucke gaat inzichten uit economisch, sociaal en politicologisch onderzoek bijeenbrengen. De vraag op basis van welke normatieve grondslagen de EU (sociaal) beleid kan legitimeren en ontwikkelen is hierbij zeer belangrijk. Vandenbroucke gaat nauw samenwerken met ACCESS EUROPE, het platform van de UvA en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) gericht op onderzoek, onderwijs en publiek debat over Europa en de Europese Unie. Ook zal hij samenwerken met het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de UvA.

‘Frank Vandenbroucke is een grote autoriteit op het terrein van de Europese Unie en de ontwikkeling van sociaal en werkgelegenheidsbeleid binnen de EU-lidstaten. Hij combineert een uitgebreide ervaring in zowel de politiek als wetenschap, waardoor hij beide perspectieven kan verbinden’, aldus prof. dr. Dymph van den Boom, rector magnificus van de UvA. ‘Ik ben dan ook zeer verheugd dat Vandenbroucke toetreedt tot de universiteitshoogleraren van de UvA.’

NEDERLAND, AMSTERDAM, 5 JANUARI 2016 De Vlaamse wetenschapper en oud-politicus Frank Vandenbroucke is benoemd tot universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Vandenbroucke zal zich als universiteitshoogleraar richten op het bevorderen van onderzoek naar en debat over de maatschappelijke betekenis van de Europese Unie en inzichten uit economisch, sociaal en politicologisch onderzoek bijeenbrengen. In deze functie gaat hij nauw samenwerken met ACCESS EUROPE, het platform van de UvA en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) gericht op onderzoek, onderwijs en publiek debat over Europa en de Europese Unie. Ook zal hij samenwerken met het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de UvA. Foto: Jeroen Oerlemans
NEDERLAND, AMSTERDAM, 5 JANUARI 2016
De Vlaamse wetenschapper en oud-politicus Frank Vandenbroucke is benoemd tot universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Vandenbroucke zal zich als universiteitshoogleraar richten op het bevorderen van onderzoek naar en debat over de maatschappelijke betekenis van de Europese Unie en inzichten uit economisch, sociaal en politicologisch onderzoek bijeenbrengen. In deze functie gaat hij nauw samenwerken met ACCESS EUROPE, het platform van de UvA en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) gericht op onderzoek, onderwijs en publiek debat over Europa en de Europese Unie. Ook zal hij samenwerken met het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR) van de UvA.
Foto: Jeroen Oerlemans